150 jaar Harlingen-Leeuwarden.

 

                                                          

                                                Embleem van de Staats spoorwegen . foto W Mensinga.  

 

 De allereerste staats-spoorlijn   van Noord Nederland liep van Harlingen naar Leeuwarden . Het was onderdeel van de verbinding Harlingen naar de Duitse grens. Een paar jaar later werd  de spoorlijn dan ook verlengd naar Groningen en Nieuweschans.    Op 27-10- 1863   werd de eerste Staats Spoorlijn van het Noorden feestelijk geopend.  De spoorlijn van Harlingen naar Leeuwarden is  27 kilometer lang. In het traject liggen een aantal spoorbruggen. In de buurt van Franeker maakt het spoor een ruime boog.   Aan de spoorlijn tussen Harlingen liggen de volgende  stations. 

 

Harlingen

1863

SS 3e klasse

Franeker

1863

SS 4e klasse

Dronrijp

1863

SS 5e klasse

Deinum

1879

 

Leeuwarden

1863

SS 3e klasse

 

 De station’s van Harlingen ,Franeker  ,Dronrijp en Leeuwarden zijn een ontwerp van de architect  de heer K.H van Breederode .  Deze ontwierp een honderdtal stations.

De meeste van zijn ontwerpen hebben een hoog middengedeelte met aan de linker en rechterkant een lagere vleugelgedeelte.   Leeuwarden  en Harlingen  hebben de grootste stations en de  emplacementen zijn hier  ook behoorlijk uitgebreid.

Het station van Harlingen . Fries foto archief.

 Wie heeft herinneringen aan dit station?  wim_mensinga@hotmail.com

   

Station Harlingen .

Het station Harlingen (Harns) is in 1863 geopend en is een zusterstation van Winschoten  en Leeuwarden. Het station Harlingen is van het type SS 3e klasse .  Het was van het klassieke type met een hoog middengedeelte met twee langgerekte vleugels .  In een van deze vleugels was ook een magazijn aanwezig en een loket voor kleine goederen koffers enz .Het gebouw is nog bijna net  zo als het ooit gebouwd is alleen de linkervleugel is niet helemaal origineel meer, en  op het dak  aan de voorkant is de bolling weggehaald die bij het zuster station in Winschoten nog wel aanwezig is. Het laatstgenoemde gebouw is later ook nog voorzien van een uitbouwtje aan de voorkant. Opvallend zijn de boogramen  in het station van Harlingen  . Het totale gebouw heeft ongeveer een lengte van 70 meter . Lange tijd was het spoor in Harlingen behoorlijk belangrijk in verband met de haven, de houthandel en de teerfabriek in de stad. En natuurlijk ook voor het personenvervoer; een ritje van Harlingen naar Leeuwarden duurde in de begintijd zo’n drie kwartier .   De eerste jaren gingen niet helemaal vlekkeloos. Vijf jaar na de opening is op het emplacement van Harlingen  locomotief nr SS 8 ontploft.  Verder na het westen toe van af het station gerekend gaat men richting de haven. De haven is te bereiken via de spoorbrug over de Harlingervaart . Er was hier ook een spoorwegovergang met een spoorwoning. De spoorbrug is in 1999 vervangen door een nieuwe. De oude stalen brug uit 1865 was de laatste handbediende spoorbrug van Nederland .  

Personeel van het station van Harlingen waren oa.

Schipholt 1927

 1957

J.W.J de Bruin

E.Bult

P.Vos 1928

 

 

 Als we met de trein van Harlingen naar Leeuwarden gaan zien we aan de westkant wachtpost nr 2 en 3 staan. Gaan we naar het oosten dan komen we langs post 4. Dit was een houten hokje met een telefoon. Hier kruiste het tramspoor van de NTM  het staatsspoor. De machinist van de tram moest hier bellen en toestemming te vragen om het spoor te mogen oversteken Bij de poldervaart staat wachters woning 5 . Even  verder lag de wissel van de NFLS (Noord Friese Locaalspoorlijn ) bij gehucht Koetille.  In de vork van de wissel  stond een hoog seinhuis. De seinhuiswachter was de heer Roffel . Deze man had als bijverdienste een fietsenhandel ,hij repareerde hier ook wel fietsen. De aansluiting van de NFLS kwam hier in 1904  tot stand .Bij het  Van Harinxmakanaal  staat nog een wachtpost NFLS: nr. drie.  Hier was een spoorbrug waarna de locaallijn verder naar het noorden liep.   Toen het water verbreed werd, werd de spoorbrug verwijderd en lag nog enige jaren in een weiland.  Aan de Slachtersdijk stond wachtpost 7. Even verder gaat de trein over de spoorbrug van Anrumervaart  . Hierna buigt de lijn iets naar het noorden toe en komen we aan in Franeker. Bij de overweg zien we een wachtpost die vlak bij het station staat.      Dan komen we op het kleine emplacement van Franeker.

De wachterswoning in Franeker die nog altijd aanwezig is . Foto Wim Mensinga.

Franeker heeft nog een station namelijk ( Franeker halte ) Dit station van de NFLS had een verbinding met Tzummarum.  De afstand tussen  spoorlijn van  de NFLS  en de Staats Spoorlijn was hier ongeveer een halve kilometer .Er is echter in Franeker nooit een aansluiting tussen de Staatsspoor en de NFLS gekomen omdat de extra spoorbrug die hier nodig was een behoorlijk kostenplaatje met zich meebracht.

 

Het station van Franeker met hangende kap . Foto Utrechts archief.

 Wie heeft herinneringen aan dit station?  wim_mensinga@hotmail.com

 Het station van Franeker was een station van de SS  4e   klasse .  Bouwjaar 1863.Het was een gebouw met een kruisdak.  Het gebouw is vrij hoog. Er was een veel kleiner loket in het gebouw dan in de SS 3e klasse stations. Er was een wachtkamer met aan de wanden lambrisering .  Sommige deuren en andere delen van het station werden later aangekleed  met moderne materialen uit de jaren zestig . De stationsoverkapping was een hangende constructie . De kap hing aan trekstangen .   Op zolder zaten gebogen spanten .Er  stond  een vrij groot bijgebouw bij het station . Voor het station lagen meerdere sporen en er was hier een mogelijkheid om te laden en te lossen .  Aan de kant van Leeuwarden stond nog een prachtig bijgebouw  met daarnaast een fietsenstalling . Er zijn nog een aantal van dit type stations te zien, o.a. in Scheemda en Wolvega en  Lochem. Ook was er een laad en losspoor bij het station om landbouwproducten te vervoeren . Als we verder gaan komen we over de Franekervaart en na 2 kilometer zijn we in Dronrijp.       

Personeel van het station Franeker.

A. Donier 1941

K.Tulner

J.Lambooy ?     

 

Het station van Dronrijp.

 Wie heeft herinneringen aan dit station?  wim_mensinga@hotmail.com

 

  De kleine plaats Dronrijp ligt een anderhalve kilometer van het spoor . Waarschijnlijk heeft men de spoorlijn in zo rechte lijn willen verbinden .  Het station van Dronrijp  is van het type SS vijfde klasse .Dit station uit 1863 is een vrij hooggebouw met een kruisdak. Aan beide zijden zit een korte vleugel . Dit is  weer  een ontwerp van de heer Brederode .  Er zijn 36 stuks van dit type stations gebouwd .   Het station was na de opening van de lijn al snel te klein .Op oude foto’s is dan ook zien dat het station al vroeg  werd uitgebreid . Het  krijgt in de loop van de jaren een linkervleugel en 30 jaar later een rechter vleugel .   In 1895 krijgt het ook een losspoor voor het laden  van  landbouwproducten . Het station ligt  een eindje buiten het dorp. Ook werd er een stationskoffiehuis gebouwd.     nog altijd . Het stationsgebouw is in 1973 gesloopt .  In oa Echt ,Reuver  en Markelo staan nog de zelfde type stations gebouwen .  In de jaren zeventig  kwam er een stenen noodgebouwtje te staan voor de kaartverkoop. 

Het noodgebouwtje in de jaren zeventig .

Personeel van het station Dronrijp.

J.Lombooy.

J.N Maijer.

 

 

 

foto Utrechts Archief.

 

Van af het station van Dronrijp is het ongeveer zes en halve kilometer naar tot het station van Deinum .Het station van Deinum uit 1870  was  van het  wachters huis type . Het was een klein  rechthoekig gebouw .   Het gebouwtje had een bescheiden wachtkamer met een klein loketje . Het was aan de binnenkant afgetimmerd met lambrisering en in de wachtkamer was een kachel aanwezig . Er stond vlak bij het station nog een wachters woning uit 1890? van de stationschef  en er was een overweg bij het station . Ook waren er een aantal fietsenstallingen .  In 1973  is het gebouw op 103 jarige leeftijd gesloopt.

 

 

Het station van Leeuwarden . verz W.Mensinga

 

 Het station van Leeuwarden

Dit station bestaat uit een hoog midden gedeelte met twee vleugels  .  In het gebouw zitten boogramen .  Er waren op dit station allerlei voorzieningen te vinden.  Er is een grote hal met loketten, een goederen gedeelte  een restauratie enz . De eerste jaren ligt het stationsgebouw in een open landschap  met  aan de oostkant een grote rijtuigenloods.   In 1867 wordt het  gebouw verlengd.   Rond 1900 verschijnen de houten kiosk  gebouwtjes   op het station  De grootste verandering volgt echter in 1904. In die tijd wordt aan de voorkant van het gebouw een groot half rond raam in het gebouw gemaakt wat het station een heel ander uiterlijk geeft .    Aan de westkant verschijnt  een drie standige locomotievenloods. Op het perron zijn bijzondere houten kiosken te zien . Voor het gebouw liep de tramlijn van de NTM . Zuster Stationsgebouwen in het noorden zijn Harlingen en Winschoten.

 

Een treinkaartje uit 1946.

De beveiliging .

Bij de spoorwegen in Nederland was al ervaring opgedaan met de beveiliging .   Drukke overwegen moesten kunnen worden afgesloten. Een belangrijke uitvinding was de morse techniek . Hiermee kunnen berichten verstuurd worden. Langs de spoorlijn Harlingen Leeuwarden verschijnen dan ook de telegraafpalen . Op de telegraafpalen zitten isolatiepotten waar de verbinding,s lijnen over heen liepen om een bericht te verzenden. Volgens de seinhuiswachter van Winschoten kon je met onweer de lijn horen knetteren . Statische energie )  .De telegrafist kon aan de volgende post melden dat de trein zijn post was gepasseerd . Ook waren er bloktoestellen .  Dit was een beveiliging systeem dat er voor zorgde dat er maar een trein per blok kon rijden .

 De wachter kon de seinen niet veranderen zonder toestemming van de andere post . Op deze manier krijg je een blok beveiliging .  Bij de overwegen komen wachters woningen en er komen seinpalen . Die waren vooral bij de stations te vinden omdat hier meerdere sporen lagen op het enkelvoudige traject . De seinen en spoorbomen werden met handels bediend die verbonden waren met trekdraden .

 

Voorzieningen .

  In Harlingen kwam aan de oostkant van het station in 1863 een drie standige locloods te staan .   Het was een rechthoekige  locomotievenloods . Op het dak zaten lange pijpen om de rookgassen van de locomotieven af te voeren  .De locomotievenloods werd in de latere jaren verhuurd .   De loods had toen een functie  van opslagloods. Er stond nog wel af en toe een sik in het gebouw. In 1957 is de loods door brand verwoest.  De loods  leek veel op de rijtuigenloods die er nog tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog stond. De  rijtuigenloods stond zo’n beetje tegen de weg aan . Ook stond hier een waterkolom om de locomotieven  van water te voorzien  . In Leeuwarden was ook een rijtuigenloods en  een locomotievenloods . Ook was hier een draaischijf om de locomotieven te keren.  Het emplacement groeide sterk in de loop der jaren . Er verschijnt tegen over het station ook een grotere locloods . De   HSM maakte hier ook gebruik van .  Er komt een seinhuis te staan en van Gend en Loos vestigt zich aan het spoor. Er wordt met speciale treinen  vee vervoerd naar de hoofdstad van Friesland .

 

De  eerste stoom locomotieven van het Noord Nederland

De exploitatie was in handen van de SS . Na de fusie met de HSM ging dit op in de NS

 

De eerste locomotieven uit Engeland kwamen in Harlinger haven aan wal. Zij werden met drie takels aan wal gezet.

 

 

 Op de afbeelding de SS  een Locomotief van de serie 1-4            foto W Mensinga.

 In het begin  werd er gereden met de serie  SS 1-4. De nummers drie en vier reden door het noorden van Harlingen naar Groningen. 1 en 2 reden in het zuiden. Later werden nog een paar locomotieven aan de serie toegevoegd . Het waren voor die tijd  grote machines met een groot drijfwiel. Deze Engelse locomotieven hadden in het begin nog geen cabine .  De stoker en machinist waren nog aan weer en wind bloot gesteld.

  Locomotief  SS nr 13.

De serie SS 9-78 later opgenomen in de serie  NS 701-775.                          Foto W Mensinga

Deze Engelse machines wogen 24 ton . Locomotief nr 13  staat in het spoorwegmuseum te Utrecht.Achter de locomotief zit de tender van de ontplofte locomotief nr 8.

Een moderne locomotief van de serie 2100.                   W.Mensinga.

 

Aan het einde van het stoomtijdperk waren er tussen Harlingen en Leeuwarden de volgende locomotieven te vinden. De tenderloc van de serie 5500, die waren hier in grote aantallen aanwezig. Deze locomotief werd gebruikt voor goederen en personenvervoer. De 3700 ,de Jumbo was door het hele land te vinden. In de Friese hoofdstad was het vooral de 2100 die heer en meester was. Deze sneltrein locomotief ,die in voor de HSM gebouwd was ,voldeed hier prima.  De locomotief was zeer geliefd bij het personeel om zijn goede rij eigenschappen .In de jaren vijftig namen de diesel-elektrische treinen de diensten over en verdwenen de stoomlocomotieven . Zie de pagina over dieseltreinen.

Een originele spoorspijker van de SS  van de spoorlijn Harlingen - Nieuweschans.

 

De blauwe Engel.

Je zag hem in de jaren 50,60,70, door het Frieselandschap rijden. In de jaren zestig kreeg hij zijn rode kleur.

 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Het volgende verhaal is van de heer B.Doedens zo als hij zich zijn werk in Harlingen herinnerde.

  Ik heb de winter 1961-1962 grotendeels in Nieuweschans en Winschoten doorgebracht. Uit de Schansker periode ken ik Chris Kerkhof, die in Nieuweschans al in de lokale harmonie speelde en later directeur werd van de NS Harmonie.


Uit Winschoten kende ik Gerrie Bakker, zoon van bakker Bakker uit Scheemda, Jaap Santjer, Ome Hinderk Haaijer, zijn kleinzoon de helaas veel te jong overleden Egbert Haaijer. In de zomer van 1962 moest ik naar Harlingen. Kwam daar een rasechte Muntendammer tegen met de naam Tunteler. Was daar comptabele, een rang net beneden de chef en verantwoordelijk voor de financien. In Harlingen draaide vrijwel alles om de boottreinen voor de boten van Doeksen naar Terschelling en Vlieland. Destijds waren de schepen Friesland en Vlieland in de vaart. Nog traditioneel in zwart met geel geschilderd. In 1962 was de nieuwe veerhaven in Harlingen net een of twee jaar open en was het station Harlingen Haven verplaatst naar de zuidkant van de nieuwe zeesluis. Twee draaibruggen gaven (en geven nu nog) toegang tot de kades waar de schepen van Doeksen en nu ook van de concurrent aanmeren. NS huurde een hokje van Doeksen op de pier (op de plaats waar nu de verkeerstoren en de chinees zitten) voor de verkoop van spoorkaartjes als de boten naar de eilanden aankwamen en vertrokken. Het hokje had 2 loketten, een voor NS en de ander werd bediende door een meisje van Doeksen.  Drie keer per dag fietste ik met een geldkistje in de hand aan t stuur van het Station naar de haven. Soms had ik  mazzel en kon met de "trekhond", een drie-wielige motortrekker met aanhangers voor fietsvervoer meerijden. Zaterdags zat er bij terugkeer naar t station duizenden  guldens in t geldkistje. Toen kon je er nog zo mee over straat. Tegenwoordig was je je kistje zo kwijt, ten koste van een buil op je kop of nog erger. Tussen Harlingen en Leeuwarden werd een uur dienst gereden. Net als in Nieuweschans was het rond aankomst en vertrek van de trein even druk en daarna was er zo'n drie kwartier niks te beleven. t Personeel was op een oude gesloten losweg dan aan het kaatsen. Een onbegrijpelijke sport waar zo begreep ik, de PC in Franeker zowat heilig was. Wat de taal betreft, ik kon met mijn neiging tot het overnemen van een ander dialect al snel een woordje "Haarns" meepraten. Haarns lijkt op Fries, is er mee verwant, maar heeft ook veel woorden die alleen van de zeevaart naar Engeland afkomstig kunnen zijn. Het is een soort Stadsfries, net als het dialect wat in Ljouwert wordt gesproken. Één kilometer buiten Harlingen spreken ze een heel ander Fries. Ik was zelf in de kost in de Ambachtsschoolstraat in een wijk tegenover het station. Harlingen had net als Winschoten destijds een restauratie en daar hadden ze er een lektuurafdeling bij met oa. Zwarte Beertjes van Bruna. Mijn collectie Havanks en Charteris groeide elke week.Na de zomer van 1962 kwam ik terecht op Vrachtgoed Groningen, het witte gebouw direct naast de oostelijke uitgang van t station. Het was een saaie boel daar. Heel wat anders dan het zomerse Harlingen. Toen sloeg de griepgolf toe en moest ik als de weerga terug naar Winschoten, invallen voor ziek personeel. Perrondienst in Winschoten, assisteren bij de rangeerdienst in Nieuweschans. Op de dag van de elfstedentocht in 1963 liep ik bestemmingsbriefjes onder de ijzeren hekjes op de goederenwagen te bevestigen. Bij - 10 een trein van 40/50 wagens langs. Je vingers vroren bijna aan  het ijzer vast en alles was koud en stug en moeilijk los en in beweging te krijgen. Voor de morgendiensten in Winschoten baggerde ik soms met de fiets op de nek door sneeuwduinen op de route Midwolda-Scheemdermeer-Heiligerlee-Winschoten. De dienst begon om zes uur. In maart weigerde ik een detachering naar Amsterdam omdat de kosten van een kosthuis hoger waren dan de vergoeding. En dat met een salaris van 100 Gulden in de maand. Ik werd min of meer gedwongen ontslag te nemen. Dat ging dus in op 1 april 1963. Op 1 juli 1963 begon ik op het gemeentehuis van Woldendorp, gemeente Termunten, ook voor 100 Gulden per maand en 's winters reiskostenvergoeding. Na 6 jaar werd het Burgerzaken Oude Pekela. Ik ben er altijd gebleven, later omdat ik door een scheiding elk weekend voor mijn 7-jarig zoontje moest zorgen. In 2001 kon ik wegens reorganisatie met Fpu. En inmiddels trek ik van Drees.
Tot zo ver de herinneringen van de heer B. Doedens.
 
 
 
 
 
 
 


 



Met dank aan de heer L Visser uit Harlingen  .