Het emplacement van Groningen kende een grote uitbreiding. In 1865-1868  werden de eerste voorzieningen getroffen.  Er kwam een waterreservoir en  aan de oostkant kwam een draaischijf te liggen . Er was ook een rijtuigenloods en een  vijf standige locomotiefloods. De expansie van de spoorwegen was groot in die tijd. Het materieel werd in loop van de jaren veel zwaarder daarom moesten sommige draaischijven ook weer veranderd worden.


                                                                                                                                            Op de bovenstaande tekening is de oude situatie te zien. Tek . W Mensinga

Een van de eerste bouwwerken op het emplacement van Groningen was het gasfabriekje. En de locloods bij de spoorhaven. Naast het gasfabriekje verscheen in 1925 de 8 gangen loods. Op de tekening hier boven is de vijf gangen loods nog te zien. De spoorhaven werd in 1927 gedempt . In die tijd werd ook het derde perron aangelegd. Toen de haven gedempt was ging de draaischijf, die tegen de haven aanlag,  ook weg . Deze kwam toen tegen het Hoornse diep aan te liggen . Aan de oostkant van het emplacement was nog een tweede draaischijf aanwezig.

 

Foto KLM .1927 Verzameling Wim Mensinga

Op de bovenstaande foto ziet met het station van Groningen in de hoogtij dagen  van de stoomtractie .


nr 1.  Dit was de ns gasfabriek hier werd olie gedistilleerd en verwerkt tot gas . Dit gas werd gebruikt voor de verlichting van de rijtuigen.


nr 2.  Is de gashouder naast de gasfabriek te zien  .Dit gemetselde gevaarte stond er nog tot in de jaren zeventig . Rond 1937 stopte de productie van het gas.


nr 3.  Dit is de 8 standige locloods uit 1925 De loods had een aantal smeerkelders en de mogelijkheid om ketels te spoelen . Men kon er ook wagens lichten voor het wisselen van de wielen. Er was een kantoor een ketelhuis smederij .


nr 4.  Het water reservoir . Hier werd het water uit het spoordok naar binnen gepompt . Bij de waterkolommen kon met de locomotieven bijvullen.


nr5.  Aan deze kant was het kolendepot nr 2.


nr 6. Het kantoor ,wasruimte en ketel gedeelte .


nr 7. Draaischijf nr twee deze verdwijnt na de demping van de spoorhaven . Bij het Hoornse diep verschijnt dan een nieuwe draaischijf.

De nieuwe locloods rond de tweede Wereldoorlog.

Wie in de jaren ‘60 langs het Emmaviaduct liep vanuit de richting Parkweg, zag  aan de rechterkant de oude treinremise van de NS staan. Het was een groot gebouw voor een deel opgetrokken uit steen en voor een  deel uit hout. Aan de zuidkant  zat de NS gasfabriek met een gemetselde gastank.

De remise had op het dak allemaal afvoerkanalen voor de rook en was aan de noordkant afgebouwd met stenen uitbouwtjes. De locomotiefloods had 8 sporen. Een machinist die hier in de jaren ‘60  op zijn eerste werkdag met een dieseltje aan het rangeren was, schoof hier een keer wat door, raakte nog net een wagon die krakend door een van de deuren ging. Wie van het station kwam, kon lopend naar het Hoornsediep en hier het zwarte weggetje op. Er was hier een bewaakte overgang en je kon hier langs het diep lopen maar later kon je onder het Emmaviaduct door en kwam je zo achter de remise uit. In die tijd (jaren ’60) reden er geen stoomtreinen meer maar diesellocomotieven en elektrische treinen. Wie in die tijd naar binnen keek, zag er wat sikken en wat losse wielen en dergelijke staan. Eens was dit een druk stoomdepot met smederij, gasfabriek en een grote kolenbunker. Voordat het Emmaviaduct  er was, was de remise bijna een keer zo lang. Groningen was natuurlijk een belangrijk knooppunt.

 

 

Een locomotief aan het kolen laden. De foto is voor 1925 genomen!


 

Het bediening,s huisje van de draaischijf is een stille getuige van vroeger.   Foto W . Mensinga

Op het emplacement Groningen hebben ooit heel veel mensen gewerkt oa smeden, rangeerders; er waren twee seinhuizen. Een zit in de geklonken stalen loopbrug die naar het derde spoor loopt, deze is uit 1928. Dan had je nog de mensen die de draaischijven bedienden, de schoonmakers, kruiers, de mensen van het kolendepot, dan de mensen van de gasvoorziening. De treinen hadden eerst gasverlichting die van de NS gasfabriek vervoerd werd in speciale tankwagens. Dan had je nog de overgang bij het Hoornsediep en spoorbrug aan het Hoornse diep. Die moesten ook allemaal bediend worden. Een oud inwoner van de Grunobuurt  vertelt over de spoorbrug:”Het was in 1940, tja het begin van de oorlog, wij  stonden in de buurt van de brug toen hij opengedraaid werd. Van de stationskant kwam een grote locomotief achteruit naar het kanaal gereden waarop de tender in het kanaal terecht kwam, er werden toen ook gelijk nog een paar wagons in gedumpt. Maar veel zin heeft dit alles niet gehad een paar dagen later kwam er een kraan en het hele spul werd er weer uitgehesen.” Tegenwoordig ligt er een klapbrug over het kanaal  maar tot in de jaren ‘70 was er de oude draaibrug.Toen het Emmaviaduct is gebouwd door de firma Amerika uit Zuidbroek is het Hoornsediep ook nog een aantal meters verplaatst.

                                          Gasfabriek van de spoorwegen

 

 

Het gebouw had een afmeting van ongeveer 22x12meter Het gebouw stond aan de zuidkand van de locomotief loodsen en is in de jaren zeventig gesloopt .


In het begin van de spoorwegen hadden rijtuigen alleen olie verlichting.Dit was voor de spoorwegen zeer tijdrovend. De lampenisten moesten alle lampen vullen en ook schoonmaken en oude lonten vervangen. Vele station,s hadden vaak een aparte plaats waar de olielampen werden opgeslagen. Het aantal branduren met dit soort lampen was maar beperkt. Rond 1890 kwam hier verandering in. Er was nog een andere oplossing namelijk gas. Dit gas was geen propaangas of aardgas wat we nu kennen maar dit was Pintschgas ,oliegas of vetgas . Bij de gasfabriek werd gasolie in een soort destilleervat gespoten en verhit tot 600 graden. Hierdoor werd de olie in gas omgezet. Ook werden de verontreinigde delen er uitgehaald. De destilleerketels werden gestookt op steenkool. Er waren veel bijproducten zoals teer, zware metalen, olie enz. In vroegere tijden keek men niet zo op wat er in de grond ging en gingen alle restproducten zo in de naastgelegen spoorsloot. Dat kon toen nog allemaal. Er zijn talloze NS terreinen vervuild . Ook in Groningen stond zo,n gasfabriekje vlak achter de grote locomotievenloods. Deze gasfabriek was er overigens eerder dan het nieuwe locdepot dat in de jaren twintig gebouwd werd. Het gasfabriekje was rechthoekig van vorm. Het gebouw was voorzien van een gebogen dak; er vlakbij stond een korte stenen schoorsteen. Toen de locloods in de jaren zestig verkleind is , liep men achter de loods bijna tegen de stenen gashouder aan. De gashouder was ongeveer 12,5 meter in doorsnede .Het fabriekje maakte toen al lang geen gas meer. Deze gashouder was niet van metaal maar opgemetseld uit bakstenen. Het gas voor de rijtuigen ging van de fabriek onder druk van 10 bar in speciale ketelwagens. Aan de oostkant van het gebouw (dat was aan de kopsekant) lagen twee sporen waar de ketelwagens stonden. De ketelwagens waren meestal uitgerust met drie cilinders. Het uiterst brandbare gas kon met deze gaswagens door de noordelijke provincies vervoerd worden en bij andere locdepots oa Stadskanaal worden overgeladen in de treinen. De gasfabriek in Groningen was de enigste in het noorden zodat andere depots hiervan afhankelijk waren.

Onder aan de passagiers treinen zaten voorraadtanks gemonteerd voor de opslag van het gas. Aan de achterkant van de wagon zat een koppeling waarmee het gas in de tank kon worden getransporteerd. Via een drukregelaar kwam het gas uiteindelijk bij de lamp terecht. Dit was een hele vooruitgang in vergelijking met de olielampen. Met gas waren er veel meer brand uren dan met de oude olielampen en het gas gaf een moii helder licht. Al voor de oorlog begon men wagens te bouwen met elektrisch licht en deze ontwikkeling zette zich snel door. Zo werden de vetgasfabrieken overbodig.


Het gasfabriekje in Groningen was in 1939, net voor de oorlog gestopt met de productie van het gas. Vlak na de oorlog verdween ook de stenen schoorsteen die aan de zuidkant van het gebouw stond . In de jaren zestig lag het gebouw er verwaarloost bij .Ook de naast gelegen locomotief loods had zijn functie als werkplaats al verloren In 1972 werd de locomotievenloods ,de gashouder en de gasfabriek gesloopt.


Dit was nog niet helemaal het einde van het verhaal. Begin jaren tachtig kon je van af het Emmaviadukt de graafmachines aan het werk zien op het voormalige terrein, dat sterk vervuild was. Er zat ontzettend veel teer en benzeen in de grond. De graafmachines waren zo diep aan het graven dat er damwanden geslagen werden. Het gat was zo’n 10 meter diep. De vervuiling zat diep in de grond .Na het saneren is de kuil weer dicht gegooid met schoon zand. Er is op de plek waar het gebouw stond een parkeerplaats aangelegd voor het NS personeel. Dat dit een dure operatie was mag wel duidelijk zijn. WM

Personeel van 1920-1940.

F Neuman Stoker,J Rijfkogel poetser,LK Loon Stationschef, M.Evers ploegbaas, W Boonen Machinist, H ten Have Machinist. V Stoker Machinist. Veld smid., W Mensinga smid,A Schra smid, Delies rangeerder, B Zeldenrust, BS van Zanten, Felix ingenieur, J Sijbma, W Laning,F de Vries stationschef,A Speikstra,M Feitsma, CJ de Vries, Koolen, H van Rossum machinist,Gvan Olst, H Bron rangeerder, CJ Kolk machinist , Jongneel.H van Toren Machinist,H Venema,E Reinders ,A koster,F Neuman stoker, HBurgerr inspecteur, X>C Franc Stationsschef , J.E  Ankersmit ,MT Hut , G H Burink, B Sinkgraven,P de Boer,WH de Bruin WA Breukelen, G Hartink, Jan  Buining Diesel monteur. Jan Donkerbroek machinist,

 


Heeft u nog info over dit gebouw?