Getuigen bij het spoor.

Bij de spoorwegen in het Noord Nederland  begon alle ellende op 10 mei 1940   met de inval van de Pantsertrein  in Nieuweschans.   De locomotief nr 6 zou doorstoten naar Harlingen, maar dit ging anders. 

De heer Strating uit Winschoten  kon het volgende vertellen ;  Hij woonde bij het station en zag de militairen naderen. Dat ging wel met een vertraging omdat een locomotief (sik) nog een wagon in de Rensel heeft laten lopen om een Duitse pantsertrein nr 6  tegen te houden . Dit alles heeft niets geholpen, want na reparatie van de brug over de Rensel door de Duitse genie troepen kwam de pantsertrein toch in Winschoten aan . Daar zag de heer Strating dat er  druk  werd overlegd door de Duitsers .Intussen was op het hoofdstation in Groningen de boel gesaboteerd. 

De heer E. Mensinga zag dat er een locomotief van de serie 3200  van af het emplacement in het Hoornsediep werd gereden. De tender kwam in het kanaal terecht . De locomotief bleef boven het water hangen. Hij was bang dat de ketel zou exploderen maar dit was gelukkig niet zo. Ook werden gereedschappen uit de locomotiefloods in het Hoornse diep gegooid. Op het emplacement werden de draaischijven onklaar gemaakt. Tot zo ver de heer Mensinga.

In Leeuwarden werd een loc van de serie 7100 in de potmarge gereden .  Later in de avond ging de pantsertrein terug naar Duitsland .

Pantserloc nr 6 was opgebouwd  op een locomotief van de serie BR 57.

De weken daarop werd er aan het herstel van de spoorwegen gewerkt . Na een paar weken functioneerde alles weer naar behoren . In 1943 werd het allemaal anders .  Er werden toen regelmatig beschietingen uitgevoerd door de Engelsen om het treinverkeer stil te leggen . Een van de ergste beschietingen vond plaats bij Hoogeveen. Hierbij vielen vele slachtoffers.        Vooral aan het einde van de oorlog werden de treinen rond de stad Groningen  beschoten .  

De heer  Havinga uit Groningen,  toen 13 jaar oud, vertelt: ”  Er reden nog maar heel weinig treinen in '44 en de treinen die  reden werden vrijwel allemaal beschoten door de R.A.F ( Royal Air Force , de Engelse luchtmacht.) met hun spitfires. Ze doken dan gierend schuin naar de loc en doorzeefden hem. In Nederland lag het treinverkeer overdag vrijwel geheel stil. Er zijn nogal wat Nederlandse machinisten bij om het leven gekomen. Treinen reden dus 's  nachts richting Duitsland en dat waren goederen treinen. Alleen vanuit Westerbork  reden overdag nog goederenwagons vol met Joden richting Mauthausen en Auswitsch.

Duitse militairen voor een trein.

 Van af  1942 werden de Joden  van kamp Westerbork  naar Duitsland en Polen vervoerd .  De treinen gingen  van Westerbork naar Assen, dan naar Haren en even buiten Haren ging het over het goederenspoor naar Waterhuizen .  Vlak voor de wachters woning in Waterhuizen sloot de baan aan op het traject Groningen – Nieuweschans .  In Hoogezand aan de Parallelweg  werden vaak briefjes uit de trein gegooid. 


Op de tekening de aansluiting van het kamp Westerbork nabij Hooghalen.

Mevrouw   Hillie Westerveld woonde in wachtpost 88 in Zuidbroek en kon zich herinneren hoe de treinen hier langs reden . Je kon de gezichten van de mensen zien  . De trein hield ook stil op het emplacement van Zuidbroek.  Van hier ging de trein verder naar de grens  .   Aan de grens werd de NS locomotief afgekoppeld en kwam er een Duitse locomotief voor de trein staan .Ook nu  vraagt men zich nog vaak  af hoe had dit alles  had  kunnen gebeuren. 


Op het hoofdstation van Groningen en zelfs op kleinere stations en wachtposten werden Duitsers geïnstalleerd. Zo werden op het hoofdstation en in de treinen streng gecontroleerd. Maar ook in kleinere stations en wachtposten zaten de Duitsers.     Op de station werd  soms een geel blauwe vlag gehesen om het personeel te waarschuwen voor het luchtgevaar . Men noemde dit het sein  Lodewijk.    Zo was er ook langs de hele spoorlijn Duitse bewaking .  Zo ook in Waterhuizen. 

Mevrouw Riekje Buivinga kon vertellen: “ In de wachters woning van Waterhuizen (WHA) werden ook een aantal Duitsers ondergebracht .  De kamer werd van een dikke laag stro voorzien en dit was de slaapplaats. Even verder richting het Drentse diep is nog een locomotief van een goederentrein kapot geschoten.” Tot zo ver Riekje Buivenga.  

De heer Berends uit Onnen was een getuige van deze beschieting   de trein was net door de bocht in Waterhuizen toen er een spitfire aankwam. Toen was het ook zo gebeurd met de trein die tot stilstand kwam. Als we verder naar het oosten gaan komen we  bij het station van Kropswolde . In dit station werden ook Duitsers geïnstalleerd .  Ook in Zuidbroek ,Winschoten waren tijdens de transporten Duitsers aanwezig om de trein te begeleiden . 

De heer Snijder uit Zuidbroek kon zich ook nog een trein beschieting herinneren . Dat was bij de Poeltjeslaan . Er is hier een spoorman om het leven gekomen . Vanaf 1943 reden de serie's 1900,3200,3700 met betonnen schuilbunkertjes op de tender . Dit hielp eigenlijk niets . Zodra de machinist de spitfire in het oog kreeg was het al te laat ! Hij kon dan niet meer over de tender kruipen.  De 3717 uit Groningen had aan de zijkant van het machinistenhuis ook een pantserplaat zitten .

De heer Top  begon zijn loopbaan in de oorlog op het station van Goningen. Hij werkte toen op de goederen afdeeling. Op een dag was er een Duitse munitiewagen zoek. Er werden twee spoorlui opgepakt en tegen de muur gezet. De wagon moest binnen een uur terug zijn. Nog geen vijf minuten later was hij al weer boven water. Hij was tijdens het rangeren naast de goederenloods gezet. De opgepakte mannen kwamen met de schrik vrij.


 

        een penning ter herinnering aan de eendrachtige opvolging van het stakingsbevel. 17 september 1944.


Met  spoorwegstaking van  September 1944 die  tot  de bevrijding  duurde werd  het allemaal niet gemakkelijker voor het treinpersoneel . Er waren in Groningen ook machinisten die niet onderdoken maar dat betekende niet dat zij overal achter stonden .Veelal was dit dat men bang was om gepakt te worden . Volgens de Heer Woudstra uit Helpman waren tijdens de spoorwegstaking de Duitse machinisten die de treinen reden . De seinhuizen werden nog door de  Nederlanders  bediend.  In September 1944 begon de spoorwegstaking . Veel spoorlui doken toen onder .  Dat gebeurde ook in de de Grunobuurt . Dat het ook mis kon gaan bewijst  een koperen plaquette op het hoofdstation voor de spoormensen die gevallen zijn .    Ook op het station van Leeuwarden staat een monument ter nagedachtenis aan het oorlog,s geweld  .Een spoorweg  onderduiker  De Heer  Hendrik Boxma werd gepakt en op het perron van Groningen terecht gesteld. Hierbij moest het spoorwegpersoneel toekijken.  Dat dit grote indruk op het spoorpersoneel gemaakt heeft mag wel duidelijk zijn . Er werd hier na de oorlog nog lang over gepraat door  de spoormensen.

De plaquette

De plaquette op het station van Groningen met de namen van de slachtoffers .

 

 Gedenkteken op het station van Leeuwarden. Voor nog meer monumenten ga naar Nico Spilt .

DE serie,s  ,1700,1900,2100,3700,3200 werden uitgerust met schuilbunkers.

 Een betonnen bunker van een tender.

Met dank aan de bewoners  van de Grunobuurt .

Gezocht verhalen over de oorlog en de spoorwegen  . Wim_mensinga@hotmail.com


 Een model van een 20mm FLAK op een trein.

Deze poster hing op het station van Scheemda en werd er met grof geweld afgescheurd . Achter op staat nog vermeld waar hij moest hangen . In de dagen er na kwam er ook een verbod om posters van de muren te halen . De poster hangt in het museum 40-45 in Midwolda.

 

 

Beschieting in Ulsda.

In 2013  had ik een gesprek met mevrouw Angerman.   Mevrouw Angerman woonde in Nieuweschans en haar familie werkte in de stationsrestauratie. Zij ging af en toe naar de kapper in Winschoten. Zo ook in de laatste oorlogsjaren. Ze mocht wel naar de kapper maar moest van haar vader kijken of de vlag (Lodewijk) ook aan het seinhuis hing. Dit sein Lodewijk was een vlag die aangaf dat er een luchtaanval dreigde.  Ze ging met de trein  naar Winschoten, stapte bij het station uit en ging naar de kapper. Toen ze terug kwam zag ze de trein al klaar staan. Ze liep het perron op en schrok, het sein Lodewijk hing onder de overkapping. Mevrouw Angerman  ging uiteindelijk toch maar de trein in en nam achter in plaats . Dit was een goed idee want de jachtvliegtuigen was het meestal om de locomotief te doen. De trein kwam op gang en ging richting Ulsda. Voor Ulsda ging de trein in eens langzamer rijden. Plotseling was er een hoop geschreeuw in de trein, “Er uit er uit !!! vliegtuigen !!! “ klonk het. Mevrouw Angerman  ging onmiddellijk  in het gangpad liggen. Even later besefte ze dat er een Duitse vrouw boven op haar lag.  Een moeder en kind zaten ook bij haar in de coupe. Het vliegtuig gaf een paar salvo’s en vloog weg. In de verte keerde het vliegtuig en kwam nog een keer terug. De mensen sprongen in paniek uit de trein en renden het veld in. Een jongen stond vertwijfeld bij de spoorsloot te kijken; hij wou het veld in rennen  maar hij kon niet zwemmen. De machinist en de stoker kwamen om het leven. De ketel was op meerdere plaatsen doorboord.  Toen het jachtvliegtuig weg was, ging mevrouw Angerman terug naar de trein. In de berm lagen bebloede mensen. Er kwam een bericht binnen dat er een motorloc uit Nieuweschans zou komen om de trein weg te slepen.  De passagiers  zaten in de trein te wachten. De moeder van mevrouw Angerman was op de fiets naar de trein toegekomen en zag haar in de coupe zitten.  Ze had gehoord dat de trein beschoten was.  Ze was heel blij haar dochter te zien. Het was namelijk nog niet duidelijk hoeveel slachtoffers er waren.  Tot zo ver het verhaal van mevrouw Angerman. In de nadagen van de oorlog kwamen er op de tenders schuilbunkertjes te staan van beton.  Hier  kon de machinist en stoker in schuilen met een luchtaanval. Het hielp niet veel want het personeel moest dan eerst over de tender heen klimmen  en het vliegtuig was dan meestal  al te dichtbij.Tot zo ver dit indrukwekkende verhaal van mevrouw Angerman.

Kort na dit interview is mevrouw Angerman overleden.

 


Slachtoffers van de treinbeschietting in Ulsda.


Lammert Bolder        Gb Feb 1918        Leerling machinist te Groningen.


Steven Grofsmid       GB   Maart 1927    Muntendam 


Jakob Bruins             GB  April 1912       Onswedde 


Henricus Tjalling        Gb Mei   1929        Amsterdam 


Zwaantje Leeuwerike  Gb  juni 1912          Beerta

 

 


Beschieting  Onnen 


 


Menig spoorwegliefhebber heeft wel eens op de spoorbrug Onnen gestaan en naar het heuvelen van de goederentreinen gekeken.   Als men bij Onnen de viaductweg op rijdt, dan krijgt men een beetje het gevoel in Frankrijk te zijn op de met bomen omringde weg.  De weg loopt behoorlijk omhoog. Boven aangekomen maakt hij een bocht naar de spoorbrug. De  vakwerk brug zelf bestaat uit twee stalen overspanningen van 38 meter.  In 1916 werd begonnen met de aanleg van het rangeer terrein van Onnen dit was een gevolg dat het emplacement in Groningen te klein werd. Ook werd er een locomotiefloods gebouwd. In het kilometers grote gebied verschenen heel wat sporen.  Tussen de spoorbrug en de locloods verscheen een helling waar de trein konden heuvelen. Toen het emplacement klaar was, moesten de mensen over Glimmen omrijden om het spoor te  kunnen over steken.  In 1920 kwam hier een  oplossing voor in de vorm van deze spoorbrug.  In de oorlog was dit natuurlijk zo als zo veel emplacementen een kwetsbaar gebied.  Rollend materieel was belangrijk voor de oorlogs voering. Er is hier in de oorlog het een en ander gebeurd .De spoorbrug die op een gemetselde pijler staat is al van ver af te zien . Tegenwoordig razen hier de intercitys onder door  .


 Oorlogstijd .


 We hebben op 15 maart 2011 een afspraak met Jan Berends op de spoorbrug van Onnen. De heer Berends is in 1936 geboren in Onnen en heeft de laatste jaren van de oorlog bewust mee gemaakt. Hierop volgt een verslag van het interview.  “Ik woonde in Onnen waar mijn pa een boerderij had. In de oorlog werkten  er veel Russen(  krijgsgevangenen)  bij het spoor, die de treinen en seinen  moesten repareren.  Tijdens een staking zaten er verscheiden de Russen in het dorp. Er zat een Rus ondergedoken bij het huisje naast ons. Ik vocht en stoeide wel eens met hem.  Ook wij hadden onderduikers in de schuur. Hier in Onnen gingen aan het einde van de oorlog veel  Duitse treinen langs met gestolen goedere .  Ook zie ik de Spitfires nog voor me waarmee de  treinen werden beschoten. De brug werd  diverse keren geraakt .   Ik  ben oogetuige geweest van de beschieting van de trein in Waterhuizen, die daarbij  in brand vloog. Er werd daar ook nog een Messerschsmitt door een Spitfire neer geschoten. Het vliegtuig kwam neer aan de Pompweg. De Duitser kon zich met een parachute redden. Er werd geschoten van het oosten over onze boerderij heen. Dat heb ik een aantal keren meegemaakt.  Ze vlogen 80 a 90 meter hoog.  Op ons erf lagen allemaal hulzen er waren twee soorten munitie. Soms vond je ook een hele band munitie.     Ik  kan me herinnen  dat hier van die locomotieven stonden met van die platen aan de voorkant.  (serie 3900 )  Ze schoten ook van de westkant.  We moesten hier ook een keer in de wal weg duiken.

Een kogelgat in de spoorbrug van Onnen.

 

Hier zit nog een kogelgat in de brug; er zaten meer gaten in maar die zijn dicht gelast. De boeren moesten hier ook meehelpen om een verdediging aan te leggen voor de Duitsers. De lambrisering werd uit de treinen gesloopt. Mijn vader moest ook helpen om het te slopen;  het was van dat mooie hout ,teakhout geloof ik. Het werd gebruikt voorde bescherming van  het luchtdoelgeschut. Tegen het hout werd weer aarde gestort.  Later is het hout weer gebruikt als brandhout.  Het luchtdoel heeft er maar een paar weken gestaan.  In die tijd kwamen er geen vliegtuigen meer . Toen het luchtdoel geschut weggehaald was kwamen de vliegtuigen weer terug . Die werden waarschijnlijk gewaarschuwd door de ondergrondse.    Tja het was wat in die tijd. Tot zo ver de heer Berends. .

 De verdediging gebeurde meestal met 2 cm F.l.A.K geschut.  Flak is de afkorting van Flugabwehrkanone. Dit caliber werd meer gebruikt bij de verdediging van de spoorwegen.  Je had dit caliber ook met vier lopen het zogenaamde vierling kanon. De vierling stond ook opgesteld bij het station van Groningen .

 

 

   Een Treinreis in de oorlog.

Interview met mevrouw H. Brugman.


Zij vertelt: Ik ging in de oorlog altijd met de trein naar Delfzijl. Daar werkte ik in de apotheek aan de Nieuweweg. Ik liep in Groningen van de Paterswoldseweg naar het hoofdstation. Op het perron van het station liepen overal Duitse militairen rond die iedereen controleerden. Bij de uitgang waar de kaartcontrole was, stonden ook altijd Duitsers te controleren. Dit was de Grüne Polizei,de Ordnungspolizei ( duits voor ordepolitie) Door het gebruik van groene uniformen (net als bij de hedendaagse Duitse politie) stonden zij ook bekend als Grüne Polizei.  Waar de uitgang was is nu de fietsenwinkel. Vooral jonge mensen werden gecontroleerd. Omdat deze een ontheffing moesten hebben omdat ze anders voor de Duitsers moesten werken. Ik had in die tijd een abonnement voor de trein.  Ook bij de spoorbrug bij het Hoornse diep stonden wel Duitsers te controleren. De trein naar Delfzijl stond aan de westkant van het station. Ik kan mij nog herinneren dat de rijtuigen een balkon hadden. De oudere rijtuigen hadden allemaal van die deurtjes aan de buitenkant.  Maar bij deze trein zat in het midden een gangpad. De trein ging om de stad heen en kwam bij het Noorder station. Soms hing hier ook een vlag uit als waarschuwing voor dreigend luchtgevaar. Ik kan mij ook nog goed herinneren dat ik in de trein naar Grouw zat. Daar werd een Joodse man door twee Duitse militairen afgevoerd. De conducteur kwam langs en vloekte en schold heel luid. Hij had duidelijk moeite  met de gang van zaken. Als je langs Bedum kwam zag je de melkfabriek. In Delfzijl was het terrein rond het station verboden gebied. Achter de locomotievenloods stond afweer geschut. Je zag ook heel veel Duitse matrozen van de Kriegsmarine in Delfzijl. Op een dag ging ik van Delfzijl  weer naar Groningen. Op het perron zag ik dat er allemaal mensen naar de trein te keken. Ik vroeg wat er aan de hand was. 

Duitse militairen aan de maaltijd.  Foto verz W Mensinga.

Toen vertelde een omstander dat er een Engelse parachutist was opgepakt en in de trein zat. Hij werd afgevoerd naar Groningen. Zulke mensen kwamen in het Scholtenshuis  terecht. Dat was het hoofdkwartier van de SD. Ik kan me nog heel goed al die vliegtuigen en  bommenwerpers herinneren die naar Emden  vlogen en daar alles bombardeerden. Soms was vanaf Groningen te zien dat de stad daar brandde. In de trein zaten ook altijd veel Duitsers. Het was best spannend om met de trein te zitten omdat deze wel beschoten kon worden. Als je vroeg met de trein ging zat je in het donker. Er mochten geen lampen branden ivm luchtaanvallen. Als je na 8 uur met de trein ging moest je ook weer een apart papier hebben.

W/M

 Het  Vogende verhaal werd mij opgestuurd door de Heer Richard van Hoove.

Geachte,

Mijn moeder woonde in de oorlogstijd in Zuidbroek. Zij woonde met haar ouders daar langs het spoor aan de Spoorstraat. Zij zag de treinen voorbij rijden die gevuld waren met joden.

Zij vertelde: ik zie het nog voor me. De treinen kwamen vlak bij ons huis langs. Er werden briefjes uit de trein gegooid die ik oppakte en in de brievenbus gooide. Sommige briefjes zaten tussen 2 kartonnetjes verstopt . Ik heb er honderden in de brievenbus gegooid. Ik deed dit vaak tegen de avond omdat ze bang was dat ze anders gezien zou worden door de Duitsers. 
Op het moment dat de treinen voorbij kwamen hoorde je de kinderen en ouderen huilen en schreeuwen. Soms zag ik wat handen naar buiten steken alsof ze naar mij zwaaiden. Ik zwaaide wel terug, maar wist niet of ze mij ook zagen. Als de sirenes gingen die aankondigden dat er weer een luchtaanval kwam, kwam mijn vader of moeder mij halen. Wij gingen de kelder in voor onze veiligheid. De treinen werden beschoten door de vliegtuigen. Uren lang zaten we in de kelder met angst dat we gevonden zouden worden door de duitsers. 
Wij hebben het allemaal gelukkig overleefd, maar vaak heb ik daar nachtmerries van gehad en nu nog soms zie ik de beelden terug van de treinen die op weg waren om gedood te worden.

Een verhaal van mijn moeder die toen 15 was.